Biografie Tom Coronel
|
1972: Het prille begin
Tim Alfa en Tom Romeo Coronel werden op 5 April geboren als de zonen van autocoureur Tom Coronel sr.
|
1990: Start van de race carrière in de Citroen AX cup
Nadat hij werd gekozen tot beste leerling van de Rensportschool Zandvoort reed Tom zijn in 1990 zijn eerste seizoen in de Citroen AX cup.
|
1991: Winnaar Citroen AX cup
In 1991 ging Tom verder in de Citroen AX cup samen met zijn oudere broer Jip. Na een leerjaar in 1990 zou dit het succesjaar worden. Tom scoorde punten in alle acht races en behaalde vier overwinningen. De 105 punten die Tom bij elkaar reed waren genoeg om het kampioenschap veilig te stellen.
Naast overwinningen in het Nederlands kampioenschap won Tom ook een internationale AX race in Barcelona. |
1992: Tourwagens en Formule Ford
Na twee jaar in de merkenracerij besloot Tom de stap te maken naar de Tourwagens. Hij reed een BMW 320i van het Rijnhaave team. Zijn teamgenoot was een goede bekende, zijn oudere broer Raymond. Tom scoorde twee overwinningen en haalde 102 punten. Dit was genoeg om het kampioenschap in zijn voordeel te beslissen. Hij versloeg de Alfa Romeo van Allard Kalff en de BMW van zijn broer Raymond.
|
Ook reed Tom Formule Ford races voor het Fresh team. Ondanks zijn gebrek aan ervaring reed Coronel een aantal veelbelovende races. Tom besloot dan ook definitief over te stappen naar de eenzitters. |
1993: Nederlands Formule Ford 1800 kampioenschap
In '93 was Formule Ford de hoofdmoot voor Tom. hij bleef bij het Fresh team en kwam uit in het Nederlands en Benelux kampioenschap in de 1800 Zetec klasse. Het Fresh team was aangewezen als officieel fabrieksteam van Vector, een nieuwe auto ontworpen door de Nederlander Wiet Huidenkoper.
In het Nederlands kampioenschap scoorde Tom drie overwinningen en 87 punten waarmee hij de Belg Geoffroy Horion versloeg in de titelstrijd. Diezelfde Horion won het Benelux kampioenschap waarin Coronel tweede werd.
Naast de Benelux en Nederlandse kampioenschappen reed Tom ook een aantal races in het Duits kampioenschap waarbij hij enkele podiumplaatsen bemachtigde.
Op het Formule Ford Festival, het officieuze werldkampioenschap, eindigde Tom als 5e in de kwalificatie heat en als 9e in de finale.
|
Tom reed buiten de Formule Ford nog in een aantal andere klassen in 1993. Voor het Tatuus team kwam hij uit in de Marlboro Masters of Formula 3 in Zandvoort met een Dallara-Fiat. Ook werd hij door BMW uitgenodigd om een race te rijden in het Italiaans toerwagen kampioenschap. Hij reed met een Bigazzi BMW 320i op Enna Pergusa. In Nederland reed Tom een aantal races als gastrijder voor het Rover tourwagen team met de 114.
Als voorbereiding op het komende seizoen reed Tom twee races van het Engelse Formule Vauxhall Lotus winterkampioenschap voor het Foundation team. |
1994: Euroseries Formule Opel
In 1994 reed Tom voor het team van Frits van Amersfoort in de Euroseries Opel Lotus. In de 15 races waarin hij uitkwam scoorde hij twee overwinningen en niet minder dan acht pole positions. Tom eindigde als tweede in het kampioenschap achter Marco Campos. Hoogtepunt van het jaar moet het behalen van de Nations Cup geweest zijn samen met Donny Crevels. Aan het eind van het seizoen werd Tom verkozen tot Dutch Driver of the year, hetgeen hem een extra financiële injectie opleverde om het volgende jaar over te stappen naar de Formule 3. |
1995: Duits Formule 3 kampioenschap
Coronel eindigde als zevende in het Duits Formule 3 kampioenschap waar hij 74 punten scoorde in 16 races. Tom reed in 1995 voor het WTS team dat eerder Michael Schumacher en Jos Verstappen in zijn gelederen had. Net als teamgenoot Ralf Schumacher had Tom de beschikking over een Dallara-Opel. Naast de races om het Duits kampioenschap reed Tom de internationale races in Monaco, Zandvoort en Macau. Helaas haalde hij de finish niet in Monaco en Macau maar in Zandvoort reed hij tijdens de Marlboro Masters een sterke race om als vijfde te eindigen. |
1996: Japans Formule 3 kampioenschap
Tom besloot om naar het verre oosten af te reizen voor een tweede jaar Formule 3. Hij werd gecontracteerd als fabrieksrijder van Toyota voor het TOM'S team. Coronel reed met het TOM'S chassis dat was voorzien van een Toyota motor.
In Japan scoorde Tom zijn eerste Formule 3 overwinning op het circuit van Sugo. Verder haalde hij vijf tweede plaatsen wat hem een derde plaats in het kampioenschap opleverde.
Tom reed ook de internationale Formule 3 race in Monaco waar hij met een Dallara Fiat van het Prema Power team als tweede eindigde. Later dat jaar reed Tom ook de internationale Formule 3 race in Macau waar hij met zijn eigen TOM'S Toyota als 5e eindigde en de snelste ronde liet noteren.
Tom was tijdens de Paasraces als gastrijder actief in het DUTCH tourwagen kampioenschap. Hij reed met een Citroen ZX naar de overwinning in Zandvoort.
|
1997: Japans Formule 3 kampioen
Tom accepteerde het aanbod om nog een jaar Formule 3 te rijden in Japan. Coronel wist dat hij dit jaar wel moest scoren om zijn carrière in het juiste pad te houden. Het TOM'S team had besloten om het moeilijk af te stellen eigen chassis in te ruilen voor een Dallara. In combinatie met de krachtige Toyota motor en de rijkunsten van Tom bleek dit een gouden combinatie. Tom deklasseerde de volledige Japanse concurentie door zes van de zeven races waaraan hij mee deed te winnen. Hij kon het zelfs veroorloven om twee races van het kampioenschap te missen om mee te kunnen doen aan de internationale Formule 3 races in Zandvoort en Macau.
In de eerste internationale Formule 3 race van het seizoen in Monaco leek Tom op een overwinning af te stevenen toen hij vlak na de start de kop nam. Helaas werd hij door een concurent buiten spel gezet toen hij hard van achter aangereden werd.
Bij de tweede internationale ontmoeting, de Marlboro Masters of Formula 3 in Zandvoort, nam Tom overtuigend revanche. Coronel starte als vierde maar reed een gedreven race naar de kop. Toen hij eenmaal aan de leiding ging stond Tom de eerste plaats niet meer af.
De laatste internationale Formule 3 race was in Macau. Tom domineerde in vrijwel alle trainingen en leek regelrecht op een overwinning af te gaan toen hij een fout maakte in de eerste heat. Ondanks dat hij door deze fout kansloos was voor de totaaloverwinning reed Tom de race van zijn leven in de tweede heat. Vanuit het achterveld stormde Coronel naar voren om als tweede te eindigen. |
1998: Prepared for victory
Na het behalen van de Japanse Formule 3 titel werd het voor Tom tijd om over te stappen naar een grotere klasse. Coronel bleef ook in 1998 in Japan actief. Hij koos voor de Formule Nippon, de Japanse tegenhanger van het Europees Formule 3000 kampioenschap. Daarnaast reed Coronel het Japans GT kampioenschap. In beide klassen maakte hij deel uit van het Nakajima team van oud-Formule 1 coureur Satoru Nakajima. Tom reed in de Formule Nippon rijden met een Reynard Mugen en in de GT klasse met een Honda NSX. Het Nakajima team genoot fabriekssteun van Reynard en Honda waardoor het team telkens over de laatste ontwikkelingen kon beschikken. Tom beschouwde het eerste jaar in de Formule Nippon als een leerjaar. Niet alleen was hij een nieuwkomer in deze klasse, maar ook was hij de eerste buitenlander in het Nakajima team. Voor zowel het team als voor Tom was er dus tijd nodig om op elkaar ingespeeld te raken. Het resultaat was dan ook pas te zien tegen het einde van het seizoen toen Tom regelmatig stond te dringen om een podiumplaats. Helaas had Tom meerdere malen het geluk niet aan zijn zijde in de Formule Nippon. Zo viel hij in de laatste race uit in leidende positie met technische problemen.
In de GT klasse ging het een stuk beter. Tom en zijn teamgenoot Koji Yamanishi stonden regelmatig op het podium en hadden tot aan de laatste race zicht op de titel. Echter ook toen sloeg de pechduivel toe. Al in de opwarmronde viel de Mobil 1 Nakajima Honda NSX stil waardoor de kansen verkeken waren. Desondanks kon Tom met een tweede plaats in het GT kampioenschap en een aantal sterke races in de Formule Nippon terugkijken op een geslaagd seizoen. |
1999: Formule Nippon kampioen
In 1999 hield Tom de steigende lijn van het vorige jaar vast. Hij bleef bij Nakajima Racing waar hij opnieuw het Formule Nippon kampioenschap en het Japans GT kampioenschap reed. Voor Tom lag het zwaartepunt duidelijk op het behalen van de Formule Nippon titel. Al vanaf het begin van het seizoen zag het er naar uit dat de titelstrijd zou gaan tussen de regerend kampioen Satoshi Motoyama en Coronel. Aanvankelijk had Motoyama een voorsprong nadat hij de eerste en de derde race van het kampioenschap op zijn naam schreef. Daarna was het echter de beurt aan Coronel. Op zijn Japanse 'thuiscircuit' Fuji won hij zijn eerste Formule Nippon race. Het zou het begin van een inhaalslag worden voor Tom want ook in de volgende race scoorde Tom goed met een tweede plaats terwijl Motoyama opnieuw buiten de punten bleef. De zesde en zevende race waren opnieuw prooi voor Coronel die de smaak van de overwinning duidelijk te pakken had. In de achtste race kon Tom theoretisch de titel al binnenhalen. Helaas was Coronel iets te gretig in de opwarmronde waardoor achteraan moest starten en hij geen punten scoorde. Gelukkig voor Tom kwam ook Motoyama niet tot scoren waardoor de schade beperkt bleef. De voorlaatste race van het kampioenschap op Motegi zou dan de beslissing kunnen brengen. Tom moest zijn voorsprong van tien punten verdedigen om voortijdig kampioen te worden. Motoyama weigerde echter zich zomaar over te geven en reed een sterke race waarmee hij zijn derde overwinning van het seizoen pakte. Coronel eindigde als derde en zag zijn voorsprong slinken tot vier punten. Het zou dus allemaal aankomen op de laatste race op Suzuka. De race werd op het korte clubcircuit gehouden waar in halen nagenoeg onmogelijk is. De enige kans op inhalen leek dus de eerste bocht na de start. Lang hoefden de vele met Coronel meegereisde fans dan ook niet te wachten. Al in de eerste bocht na de start werd de titelstrijd in het voordeel van Coronel beslist. Coronel reed na een slechte start zij aan zij met Motoyama op de eerste bocht af. Beide titelpretendenten gaven elkaar net iets te weinig toe wat een harde crash tot gevolg had. Gezien de voorsprong van Coronel op Motoyama en het ontbreken van andere titelkandidaten kon Tom zich dus gelijk kampioen noemen. Een controversieel, maar volgens velen terechte beslissing van de titelstrijd dus.
Naast het Formule Nippon kampioenschap reed Tom ook het Japans GT kampioenschap. Helaas kende het Mobil 1 Nakajima Honda NSX team dit jaar veel pech waardoor de titel dit jaar buiten bereik bleef. Ook het matig presteren van Tom's teamgenoot Koji Yamanishi droeg niet bij aan de resultaten. Nakajima besloot dan ook halverwege het seizoen de Japanner te vervangen door Hidetoshi Mitsusada die ook in de Formule Nippon als teamgenoot van Coronel voor Nakajima Racing uitkwam dit jaar. Tegen het eind van het seizoen wierp de rijderswissel vruchten af. Het team won de voorlaatste race van het kampioenschap op Aida en de All Star race op Autopolis.
Tom Coronel was dit jaar niet alleen op de Japanse circuits te bewonderen. Hij maakte dit jaar zijn debuut in de roemruchte 24 uurs race van Le Mans. Samen met Jan Lammers en Peter Kox maakte hij deel uit van een uniek Nederlands projekt, Racing for Holland. Voor het eerst stond er een volledig Nederlands team aan de start op Le Mans. Racing for Holland maakte gebruik van een Lola-Ford die door Konrad Racing geprepareerd werd. Voor Tom een behoorlijk avontuur aangezien hij zijn eerste meters op het verradelijke Franse circuit in het donker mocht afleggen. Het Racing for Holland team wist zich goed te weren tegen de kapitaalkrachtige fabrieksteams, al viel na 213 ronden toch het doek voor het team als gevolg van een aandrijvingsprobleem. |
2000: Plan B bestaat niet
Na het behalen van de Formule Nippon titel in 1999 had Tom Coronel zijn zinnen gezet op het laatste stapje omhoog op de autosportladder, de Formule 1. Als rijder had hij zijn voorbereiding op de hoogste klasse in de autosport sportief gezien perfect afgerond, echter voor een instap in de Formule 1 is tegenwoordig meer nodig dan alleen kampioenschappen winnen in lagere klassen. Het bijbehorende financiële plaatje leek Tom ook rond te kunnen krijgen. Hij had hiervoor een ambitieus aandelenplan opgezet. Dit unieke initiatief bood fans en geïnteresseerde sponsors de mogelijkheid om geld te investeren in de B.V. The Racing Dutchman. In ruil hiervoor zouden de investeerders aandelen krijgen in de B.V. Op het moment dat Tom successen zou boeken in de Formule 1 kon er dus een winstuitkering plaatsvinden aan de investeerders. Dit unieke initiatief kon echter geen doorgang vinden omdat gemaakte afspraken door de partners waarmee Tom in gesprek was niet nagekomen werden. Daarnaast speelde ook het concurerende aandelenplan van Formule 1 goeroe Bernie Ecclestone dat eveneens nog in oprichting was. Kortweg gezegd het aandelen plan van Tom Coronel werd op het laatste moment afgeblazen waarmee tegelijkertijd de Formule 1 plannen van de Huizenaar uiteen vielen. Het Arrows team, waarmee Coronel in gesprek was koos uiteindelijk voor Jos Verstappen en Pedro de la Rosa.
Voor Tom leek het dus een jaartje langs de zijlijn te worden. "Plan B bestaat niet", verklaarde Tom in alle interviews. "Ik ga 100 procent voor de Formule 1 en als ik met een plan B bezig ga, betekent dat dat ik me niet volledig ingezet heb voor plan A, de Formule 1." Gelukkig kwam Tom in 2000 toch nog aan racen toe. Hij reed opnieuw met Racing for Holland in de 24 uurs race van Le Mans en daarnaast werd hij enkele malen gevraagd om David Hart te vervangen in het Carpsport Holland team. Hij won samen met Mike Hezemans de FIA GT race in Oostenrijk, werd tweede in Magny Cours en trainde pole position in de Lola Ford voor de FIA Sportscar race op Monza. Onbewust legde hij hiermee de basis voor het seizoen 2001. |
2001: Back in action
Na het min of meer verloren seizoen 2000 wilde Tom graag weer een vol seizoen aan de bak. Een vol seizoen zou het zeker worden. Tom tekende aan het begin van het jaar een contract voor het Marlboro BMW dealerteam om aan het DTCC mee te doen. Een terugkeer op het oude nest dus want Tom werd in 1992 al Nederlands kampioen met de Rijnhaave BMW. Vlak voor de aanvang van het seizoen werd hij gebeld door Laurence Pearce van Lister met de aanbieding om het FIA GT kampioenschap te rijden. Hiermee ontstond er een klein probleem omdat Tom zich al aan BMW gebonden had en dus enkele races moest missen. Pearce was echter dermate onder de indruk van Coronel dat hij dit gemis voor lief nam. Coronel kwam dus zowel op nationaal als op internationaal niveau met kampioensauto's aan de start. Alsof dit nog niet genoeg was werd Tom ook nog gevraagd om de 24 uurs race van Le Mans te rijden voor het Gulf-Audi team van Stefan Johansson. De pechduivel die hij op Le Mans zou tegenkomen zou hem nog lang achtervolgen in de rest van het seizoen. Coronel kwam in Le Mans helaas niet aan racen toe nadat teameigenaar Stefan Johansson in de beginfase van de race al uitviel. De Huizenaar kreeg op Estoril nog een herkansing tijdens een ELMS race. Dit ging aanmerkelijk beter. Tom lag lange tijd aan de leiding maar werd door een achterblijver uit de wedstrijd gereden. Dergelijke situaties zouden hem ook in de kampioenschappen parten spelen. Meerdere malen gingen kostbare punten verloren door domme pech of ondoordachte acties van tegenstanders. Desondanks wist Tom toch een aantal fraaie overwinningen te pakken. |
2002: Europees met BMW
In 2002 zette Tom Coronel een belangrijke stap in het vervolg van zijn race carriere. Na een jaartje proefdraaien in het DTCC zette hij de stap naar het Europees Kampioenschap Toerwagens. Het FIA ETCC had door een verandering in het regelement een andere opzet gekregen. Er was niet langer sprake van een Super Touring klasse en een Super Production klasse. Voortaan was er alleen nog het ETCC. In praktijk kwam het er op neer dat de fabrieksteams die in het STC uitkwamen nu de dienst uit gingen maken in het ETCC. Carly Motors begon als regerend SPC kampioen met Peter Kox, Tom Coronel en Gianni Morbidelli aan een nieuwe uitdaging en een krachtmeting met de fabrieksteams. Het zou geen makkelijk seizoen worden voor Carly. Budgettair had het team het zwaar, waardoor ook de prestaties in het begin van het seizoen achterbleven. Later in het seizoen kreeg het team de auto steeds beter onder de knie, wat op het circuit van Spa door Tom Coronel werd beloond met een fraaie derde plaats. In de afsluitende twee races op Estoril pakte Tom nog eens een tweede en een derde plaats.
Ook in 2002 reed Tom Coronel de 24 uurs race van Le Mans. Hij keerde terug naar het Racing for Holland team waar hij de indrukwekkende Dome-Judd deelde met Jan Lammers en Val Hillebrand. Tijdens de race had het team veel problemen met de versnellingsbak, maar voor het eerst zou Tom de klassieker uitrijden en uiteindelijk als achtste geklasseerd worden.
Tijdens de het Marlboro Masters weekend stond Tom Coronel nog een aangenaam avontuur te wachten. Hij werd uitgenodigd om deel te nemen aan de EuroBOSS race die in het bijprogramma van de Marlboro Masters of Formula 3 gehouden werd. Vijf jaar nadat hij de prestigieuze Formule 3 race op zijn naam schreef stond hij nu weer in het middelpunt van de belangstelling. Volgens de vele fans was namelijk niet de Formule 3 het hoogtepunt maar de spectaculaire EuroBOSS wagens, die enkele jaren tevoren nog in de Formule 1, IndyCar en Formule 3000 bestuurd werden door namen als Alesi, Schumacher en Verstappen. De Ascari-Judd waarmee Tom reed was in feite een Benetton die voorzien was van een 4 liter Judd motor. Helaas had Tom bij de start al problemen, maar met een mooie inhaalrace zou hij toch als vijfde over de finish komen.
|
2003: Een razenddruk jaar
2003 was een jaar waarin Tom weinig thuis zou zijn. Hij zou maar liefst 33 races rijden, verspreid over 21 race weekends en twee continenten. Naast het Europees Kampioenschap Tourwagens waarin hij opnieuw voor Carly Motors BMW uitkwam reed hij ook in het Japans GT kampioenschap. Voor het eerst sinds 1999, het jaar dat hij het Formule Nippon won, keerde Tom terug naar het land van de rijzende zon. Coronel is sinds zijn succesvolle periode op de Japanse circuits regelmatig benaderd door diverse teams. Dit jaar kon hij de lokroep niet weerstaan en besloot in te gaan op het aanbod van het G'ZOX Honda NSX team. De krachtsverhoudingen in het Japans GT kampioenschap lagen niet meer hetzelfde als in de periode '98/'99 toen Tom voor het Nakajima Honda NSX team reed. De Honda NSX was niet langer de dominerende kracht in he kampioenschap. Toyota en Nissan hadden niet stilgezeten waardoor Honda dit jaar de rol van underdog vervulde. De NSX moest vooral op motorvermogen dit jaar het onderspit delven tegen de Toyota en de Nissans. Het handicap regelement zorgde er echter voor dat de races toch tot het einde van het seizoen spannend bleven. Mede door dit regelement en het ontwikkelingswerk van Honda wisten Tom Coronel en zijn Japanese teamgenoot Daisuke Ito toch tweemaal het podium te halen, waarvan eenmaal de hoogste trede.
In het Europees Tourwagen Kampioenschap zou Coronel ook geen gemakkelijk seizoen krijgen. Uit budgettaire overwegingen kreeg alleen teamgenoot Duncan Huisman een chassis volgens de 2003 specificatie. Coronel reed nagenoeg het hele seizoen met het 2002 model. Dit had uiteraard ook zijn weerslag op de resultaten. Vooral in het begin van het seizoen, toen een aantal teams nog last hadden van kinderziektes in hun nieuwe bolides, kon Tom zich mengen in de strijd om de punten. Naarmate het seizoen vorderde werd het voor Coronel moeilijker om te scoren. Aan het eind van het seizoen gloorde er toch nog een lichtpuntje aan de horizon. Met hulp van McGregor kon Carly Motors voor de laatste twee ronden van het kampioenschap een 2003-model voor Tom inzetten. Tom bewees zijn dankbaarheid door tijdens de afsluitende twee races van het kampioenschap op Monza twee keer op het podium te finishen. Een overwinning had er zelfs ingezeten, maar omdat merkgenoot Jorg Müller nog in de strijd was om het kampioenschap stelde Tom zich in dienst van BMW. De doelstelling voor Tom Coronel en het Carly Motors team was dit jaar het binnenhalen van de Independents Trophy voor privé teams en rijders. Met overmacht wist het Nederlandse team de Independents trophy te winnen met een glansrijke 1-2 voor Duncan Huisman en Tom Coronel in het rijdersklassement.
Naast de reguliere kampioenschappen reed Tom nog een aantal andere prominente races. Zo kwam hij met de Nederlandse Spyker C8 uit in de 24 uurs race van Le Mans. Samen met Norman Simon en Hans Hugenholtz bracht hij de Spyker ondanks een fysieke uitputtingsslag heelhuids over de finish. Naast de klassieker op Le Mans reed Tom nog twee andere 24 uurs races. Met zijn Carly BMW teamgenoten Donald Molenaar en Duncan Huisman reed hij de 24 uurs race op de Nordschleife van de Nürburgring en met Jamie Campbell-Walter, Nathan Kinch en Rob Schirle kwam hij in een Lister Storm uit in de 24 uurs race van Spa Francorchamps. Coronel zou zijn hernieuwde kennismaking met Lister op Le Mans voortzetten. Op het kleine Bugatti circuit van Le Mans werd aan het einde van het jaar een 1000 km race gehouden als voorbereiding op de nieuwe Le Mans Endurance series. Tom reed samen met Jamie Campbell-Walter en Nathan Kinch in de Storm LMP, het prototype dat in juni moest debuteren tijdens de 24 uurs race maar crashte in de training. Ondanks de kinderziektes maakte de Storm LMP een goede indruk en lijkt een geduchte concurent te worden voor de gevestigde orde.
|
2004 : Endurance programma en Independents kampioen in de Tourwagens
Het jaar 2004 begon tumultueus voor Tom Coronel. Halverwege februari was er ineens het nieuws dat Tom Coronel betrokken was bij een overeenkomst tussen sponsor Wilux en het Minardi Formule 1 team. Tom zou een dag mogen testen voor Minardi, eerste reserve zijn voor het geval dat één van de vaste coureurs niet kan racen, nauw betrokken zijn bij het Minardi Formule 1 tweezitter programma en prominent optreden in de reclame uitingen van Wilux. Uiteindelijk bleek dat Wilux niet aan de betalingsverplichtingen naar Minardi kon voldoen en verdween halverwege het jaar uit de Formule 1 voordat Tom ook maar 1 meter met de auto heeft kunnen rijden. Beter ging het in het FIA ETCC, het Europees kampioenschap voor Tourwagens. De overeenkomst met Carly Motors werd doorgezet en Tom zou een succesvolle aanval doen op de Independents Trophy, het kampioenschap voor privé rijders. Coronel kreeg dit jaar een bijzondere teamgenoot bij Carly Motors, zijn eigen vriendin Paulien Zwart. Helaas verliep haar seizoen minder fortuinlijk. Bij een test op Magny Cours brak je haar heup waardoor ze een groot deel van het seizoen moest missen.
Naast het ETCC programma werd Tom door Lister gevraagd om een aantal races te rijden in het FIA GT kampioenschap en de Le Mans Endurance series. De 24 uurs race van Le Mans reed Tom met het Racing for Holland team in een Dome Judd. Hij vormde een team met Ralph Firman en Justin Wilson.
|
2005 : Met SEAT verder in WK Tourwagens, endurance met Spyker
Na het winnen van de Independents Trophy in het ETCC wilde Tom Coronel graag verder in dit kampioenschap. Het Europees kampioenschap voor Tourwagens werd echter een Wereldkampioenschap waardoor het benodigde budget hoger lag. Het voortzetten van de samenwerking met Carly Motors bleek financieel niet haalbaar waardoor Tom op zoek moest naar andere mogelijkheden. Deze kwam uit onverwachte hoek. Het Spaanse merk SEAT was bezig met een wereldwijde campagne om het sportieve imago te verbeteren. Naast de prominente aanwezigheid op het Circuit van Zandvoort met de SEAT Cupra cup werd Tom Coronel aangetrokken als ambassadeur voor het merk in Nederland. Hierdoor onstond de mogelijkheid om alsnog in te stappen in het WTCC. Met steun van SEAT Nederland kon Tom vlak voor de start van het seizoen instappen bij het GR Asia team, dat twee ex-fabrieks Toledo's zou inzetten. Na een korte gewenningsperiode, het was immers al flink wat jaren geleden dat Tom met een voorwielaangedreven auto op het circuit actief was, kwam Tom steeds beter voor de dag. Helaas bleek het niet mogelijk om zijn Independents titel te prolongeren, maar Tom was tot aan de laatste race titelkandidaat.
Naast het tourwagen programma was Tom ook in 2005 weer actief in een aantal lange afstandsraces. De hagelnieuwe Spyker C8 Spyder, die maar net op tijd klaar was voor de eerste race, bleek op Sebring en Le Mans nog te fragiel om de finish te halen.
|
2006 : Papa Tom, Independents kampioen WTCC
Het jaar 2006 zou in alle opzichten een succesvol jaar voor Tom worden. Hij bleef GR Asia en SEAT trouw in het FIA WTCC en begon het seizoen in zijn inmiddels vertrouwde SEAT Toledo. Halverwege het seizoen mocht Tom zijn Toledo echter inruilen voor een nieuwe SEAT Leon. Het fabrieksteam was het voorgaande jaar al overgestapt op de Leon en Tom was de eerste privateer aan wie de Leon ter beschikking werd gesteld. Tom pakte de kans om met de Leon te racen gretig aan en wist nog voor het eind van het seizoen de Independents Trophy op zijn naam te schrijven.
Naast de sportieve successen ging het Tom buiten het circuit ook voor de wind. Hij werd vader van Carmen Angel en het bedrijf Plasmadiscounter.nl, dat hij samen met Marc Koster runt loopt zo goed dat er een ander pand betrokken moest worden om voldoende capaciteit te bieden.
|
2007 : Te goed voor de Independents
Na het winnen van de Independents Trophy in 2007 bleef Tom bij SEAT en GR Asia in het WTCC. De organisatie had na het met overmacht binnenhalen van de Independents Trophy besloten dat Coronel een maatje te groot was voor het privateer kampioenschap. Tom moest zich dus richten op het algemeen kampioenschap, hetgeen niet makkelijk was omdat hij bij lange na het budget niet had van de fabrieksteams. Desondanks wist Tom zich regelmatig te melden aan de kop van het veld en maakte het de fabrieksrijders bij tijd en wijlen flink lastig.
Omdat de FIA WTCC race in Tsjechië samenviel met de 24 uurs race van Le Mans moest Tom de Franse klassieker laten schieten. Er diende zich echter een waardige vervanger aan in de vorm van de 24 uurs race op de Nürburgring. Tom Coronel reed naast de 24 uurs race ook een aantal races van het VLN, het lange afstandskampioenschap op de Nordschleife van de Nürburgring. Met name in de 24 uurs race ging het goed voor Tom en zijn teamgenoten Duncan Huisman, Patrick Simon en Christophe Bouchut in de Zakspeed Dodge Viper. Het viertal haalde onder moeilijke omstandigheden een fraaie tweede plaats.
|